Dry needling, manuele therapie of gewoon oefenen: wat wanneer
Verschillende technieken, verschillende doelen
Binnen de fysiotherapie bestaan technieken die op het eerste gezicht op elkaar lijken en in de praktijk iets heel anders doen. Wie met een klacht binnenkomt, hoort termen als manuele therapie, dry needling en oefentherapie langskomen zonder dat duidelijk wordt waarom voor de een en niet voor de ander wordt gekozen.
De hoofdregel is dat technieken die iets aan het weefsel doen bedoeld zijn om ruimte te maken, en dat oefenen bedoeld is om die ruimte te behouden. Zonder het tweede is het eerste tijdelijk.
Wanneer dry needling in beeld komt
Bij een spier met een hardnekkig verhard punt dat pijn uitstraalt naar elders, werkt gericht prikken vaak sneller dan masseren. De naald bereikt een diepte die met de handen niet haalbaar is, en de spier reageert met een kortdurende trekking waarna de spanning afneemt.
Het is geen acupunctuur, ook al lijkt het instrument erop: er wordt op de spier zelf gewerkt en niet op meridianen. Verwacht daarnaast enige napijn van een dag, wat normaal is. Wat de techniek inhoudt, staat toegelicht bij Fysiotherapie Leuvehaven.
Manuele therapie en gewrichten
Waar dry needling op spierweefsel werkt, richt manuele therapie zich op de beweeglijkheid van gewrichten, meestal in de wervelkolom. Bij nekklachten met hoofdpijn of bij een rug die in een bepaalde richting vastzit, is dat de logische eerste stap.
Ook hier geldt dat het resultaat alleen blijft als er daarna iets verandert in belasting of kracht. Een gewricht dat weer beweegt maar in dezelfde houding en met dezelfde spierbalans wordt gebruikt, zit binnen enkele weken opnieuw vast.
Hand en pols zijn een specialisme apart
Klachten aan hand, pols en vingers worden vaak te lang aangezien. Dat is riskant, want die gewrichten zijn klein, staan onder constante belasting en stijf worden gaat er sneller dan elders.
Na een breuk, een peesletsel of een operatie bepaalt de eerste periode grotendeels het eindresultaat. Te voorzichtig bewegen levert stijfheid op, te snel belasten levert nieuwe schade op, en die grens ligt per week anders. Daar bestaat een aparte richting binnen de fysiotherapie voor, beschreven op fysiotherapie-leuvehaven.nl.
Wanneer je er iemand bij haalt
De grens ligt ruwweg bij twee weken. Een klacht die na twee weken rust en aanpassen niet duidelijk minder wordt, verdwijnt meestal ook niet uit zichzelf. Datzelfde geldt voor klachten die ’s nachts wakker maken of gepaard gaan met tintelingen.
Wat een behandelaar in dat eerste gesprek vooral zoekt, is niet de plek van de pijn maar de oorzaak van de belasting. Een nekklacht die uit de bovenrug komt of een pols die overbelast raakt door een houding hogerop, verdwijnt niet door alleen op de pijnlijke plek te werken. Dat onderscheid bepaalt of een klacht na zes weken weg is of na zes maanden terugkomt.